Rechtrichten

 

Alleen een rechtgericht paard is in staat zich te ontspannen!!

 

Een rechtgericht paard:

  • kan zijn rugspieren ontspannen en buikspieren aanspannen.
  • kan zich naar beide zijden gelijkmatig inbuigen
  • laat zich verzamelen en oprichten
  • kan gelijkmatig stuwen en dragen met beide achterbenen

 

Ontspanning kan niet zonder rechtrichten dus zolang een paard niet recht is, zal hij zich niet volledig kunnen ontspannen, maar zich moeten spannen om overeind te blijven. De eerste drie bouwstenen van de Klassieke Rijkunst lopen daarom erg nauw met elkaar samen.

 

Veel mensen zijn wel bekend met de horizontale balans (de balans tussen voor en achter);

Van nature draagt een paard 2/3 van zijn lichaamsgewicht op zijn beide voorbenen, wat erg handig is bij het voortbewegen tijdens het grazen. Daarnaast is elk paard asymetrisch in zijn lijf. In de natuur zal het paard hier onbalast weinig nadeel van ervaren maar wat nu als we besluiten OP het paard te gaan zitten?

Zodra we op zijn rug gaan zitten, worden de krachten op zijn voorbenen nog meer versterkt. Hierdoor kan er overbelasting ontstaan en/of kunnen blessures ontstaan. We zullen het paard daarom moeten leren zijn lichaam korrekt te gebruiken.

 

Hie zit het dan met de verticale balans? Er bestaan verschillende scheefheden en veel problemen ontstaan door de natuurlijke verticale scheefheid (de balans tussen links en rechts) van het paard. Elk paard heeft een holle en bolle kant en is hierdoor links- of rechtsgebogen. Net als mensen die links- of rechtshandig zijn.

 

We nemen als voorbeeld een rechtsgebogen paard. Kenmerken zijn o.a. :

  • Het paard buigt in zijn schouders gemakkelijker naar rechts en valt gemakkelijk over de linkerschouder weg. De linkerschouder/ het linkervoorbeen worden zwaarder belast.
  • Het paard houdt in vrijheid linksom zijn hoofd liever naar rechts.
  • Het paard neemt op de linkerteugel meer druk dan op de rechterteugel
  • Het paard plaatst zijn achterbenen iets rechts van de de voorbenen.
  • Het zadel zakt naar links op de rug en laat de ruiter dus scheef zitten. Hierdoor wordt de rechterbeen van de ruiter omhoog in stoelzit gedrukt.

 

De linkerkant van het paard is bol en heeft lange maar slappe spieren. Dit is de soepele kant. Het linkerachterbeen is het zwakke achterbeen. Het linkervoorbeen draagt meer gewicht dan het rechtervoorbeen. De rechterzijde is hol, kort maar sterk gespierd en ook stijver. Het rechterachterbeen is het sterkst en vaak is de rechterheup iets hoger. Je kunt dit in het rijden dus merken doordat zo'n paard meer steun zoekt op de linkerteugel, tegen je linkerbeen aanloopt en doordat het zadel naar links zakt. Jij als ruiter komt daardoor scheef te zitten. Voor het linksgebogen paard geldt hetzelfde alleen dan uiteraard in omgekeerde richting.

 

Een rechtsgebogen paard zal meer moeite hebben met de volte links dan met de volte rechts. Bij het draaien naar links zal het paard op de linker schouder willen vallen in plaats van in zijn lichaam te buigen. Om het paard te leren buigen, zal het eerst in verticale balans moeten zijn!

 

Door het paard middels oefeningen vanaf de grond en/of onder het zadel “recht te richten”, ontwikkeld het paard aan beide kanten een soepel en sterk lijf. Hierdoor is het paard in staat alle oefeningen zowel rechts- als linksom goed uit te voeren. Ook zal het paard zich door de juiste balans in het lichaam vervolgens goed kunnen verzamelen en oprichten.

Het doel zowel vanaf de grond als onder het zadel zou altijd moeten zijn te blijven zoeken naar de juiste balans is het lichaam van het paard. Alleen dan is het paard in staat de ruiter te dragen en zich te ontwikkelen.

 

In mijn lessen ligt de basis bij het rechtrichten. In principe altijd eerst vanaf de grond door middel van het werken aan de hand en in een later stadia ook onder het zadel.